Bravo-A

Voertuigkennis

 

Voor een goede bediening is enige kennis van de motorfiets noodzakelijk, denk hierbij aan de functie en plaats van de bedieningsorganen (handels en pedalen). Ook een goede zit/stuur- houding is zeer belangrijk om een goede controle over de motorfiets te hebben.

 

Een ontspannen zithouding waarbij je lichaam zoveel mogelijk raakvlakken met de motorfiets heeft, (goed tegen de tank schuiven, knieen tegen de tank, hakken tegen de motor en de voeten iets naar buiten) en het hoofd houden wij ten opzichte van de horizon altijd recht, dan werken de evenwichtsorganen het best.

 

Ook wordt er van elke motorrijder verwacht dat hij/zij een zekere kennis heeft van de motorfiets om veilig motor te kunnen rijden. Deze kennis wordt getoetst vlak voor aanvang van het AVD examen.

 

Deze kennis hebben we ondergebracht in het ezelsbruggetje BRAVO–A. Hieronder hebben we deze even voor je op een rijtje gezet.

 

B - Banden

 

  • De bandenspanning moet goed zijn, ongeveer 2.5 bar bij normale belasting. Ga je met 2 personen of veel bagage rijden dan is dat ongeveer 2.8 bar. (achterband)
  • Wettelijk moet de profieldiepte in de hoofdgroef van de band minimaal 1 mm zijn. Het is echter veiliger om met 2 mm de band al te vervangen. Het profiel dient voor de afvoer van vuil en water.
  • De band mag niet beschadigd zijn en controleer deze regelmatig op scherpe delen (bijv spijkers).
  • Het ventieldopje moet aanwezig zijn, ter voorkoming van vuil in het ventiel en het langzaam leeg lopen van de band. Dit komt onze wegligging niet ten goede.
  • De banden mogen aan de zijkant ook geen haarscheurtjes (poreus = uitgedroogd) vertonen.

 

R - Remmen


De voorrem is bij onze motorfietsen een schijfrem en de achterrem is een trommelrem. Het grote verschil tussen schijfrem en trommelrem is:

 

  • De schijfrem wordt hydraulisch bediend (m.b.v. remvloeistof)
  • De trommelrem wordt mechanisch bediend (m.b.v. een stang)

 

Voorrem controle:

 

  • Remdruk (moet wel eerst een vrije slag hebben)
  • Remvloeistofpeil (motor moet bij controle rechtop staan)
  • Lekkage (leiding volgen tot aan de remklauw)
  • Remblokken (dikte van de remvoering, de bekende "blokjes")
  • Schijven (diepe groeven en haarscheurtjes uit den boze!)

 

Als het remvloeistofpeil laag is moet je eerst de remblokken controleren. Dit peil zakt namelijk naar mate de remblokken slijten.

 

Achterrem controle:

 

  • Remdruk (moet wel eerst een vrije slag hebben)
  • De slijtindicator op de rem-as mag bij ingetrapte rem niet voorbij de aanduiding op de ankerplaat komen, is dat wel het geval dan zijn ze versleten.

 

A - Aandrijving

 

Onze motoren zijn d.m.v. tandwielen en ketting aangedreven. We kennen ook nog andere soorten aandrijving, namelijk cardan aandrijving en getande riem aandrijving.

Ketting en tandwielen controle:

 

  • De ketting moet goed gesmeerd zijn.
  • De ketting speling moet ongeveer 2 à 3 cm zijn (de ketting moet de vering kunnen opvangen)
  • De ketting en tandwielen controleren op slijtage. Ze mogen geen scherpe of afgebroken tanden vertonen.
  • Vervang bij slijtage altijd de ketting en de tandwielen tegelijk.

 

Bij een cardan aangedreven motor moet je alleen kardanolie verversen en bij een getande riem aangedreven motor moet je de riem vervangen.

 

V - Verlichting en Vering


We stellen 4 algemene eisen waar alle verlichting aan moet voldoen, namelijk:

 

  • Ze moeten het doen. (remlicht van voor en achterrem apart)
  • Ze moeten heel zijn.
  • Ze moeten schoon zijn.
  • Ze moeten goed zijn afgesteld.

 

De vering van een motorfiets is verstelbaar. Als je namelijk met 2 personen gaat rijden of met bagage, dan is het verstandig om de vering wat strakker te zetten. Dit is beter voor je wegligging en de koplamp schijnt dan ook weer op het wegdek.

 

O - Olie en andere vloeistoffen


Bij controle van vloeistoffen moet de motor altijd rechtop staan en het liefst voor aanvang van de rit.

 

  • Oliepeil controleren.
  • Koelvloeistofpeil controleren.
  • Remvloeistofpeil controleren.
  • Brandstof controleren.

 

A - Algemeen


Alle onderdelen moeten deugdelijk aan de motorfiets zijn bevestigd zoals:

 

  • De handles en pedalen.
  • De voetsteunen en valbeugels.
  • De verlichting en handvaten.
  • De kabels en leidingen mogen niet langs vaste delen schuren.
  • De spiegels moeten heel, schoon en goed afgesteld zijn.
  • De accu (ook controleren op lekkage)

 

Mocht je nog iets willen weten over je motorfiets dan kun je natuurlijk altijd het instructieboekje raadplegen. Neem dit voertuig verhaal echt serieus want het kan van levens belang zijn, je hebt namelijk maar 2 wielen en doe deze controles dan ook elke keer voor dat je gaat rijden.